Inflatie stijgt naar 2,8 procent in april
Gepubliceerd op 01/05/2026 16:00 in Economie
De inflatie in Nederland is in de maand april gestegen tot 2,8 procent, zo blijkt uit de eerste berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Na maanden van stabiliteit is de inflatie weer toegenomen, waarbij de prijzen in maart al met 2,7 procent waren gestegen.
Vooral de prijzen voor energie, met name voor brandstof, zijn verantwoordelijk voor de stijging van de inflatie. Dit maakt het leven duurder voor veel Nederlanders, terwijl degenen die geen auto hebben of niet afhankelijk zijn van benzine of diesel minder zullen merken van de prijsstijgingen.
De huidige situatie wordt mede beïnvloed door de spanningen in het Midden-Oosten, met name de spanningen tussen de Verenigde Staten/Israël en Iran. Hierdoor zijn er minder olietankers die uit de Perzische Golf vertrekken, wat resulteert in een sterke stijging van de olieprijs. Dit heeft op zijn beurt weer invloed op de prijzen van benzine en diesel.
Hoewel de prijzen van voedingsmiddelen minder snel stijgen dan vorige maand, liggen ze gemiddeld nog steeds 1,5 procent hoger dan vorig jaar. De verwachting is dat ook deze prijzen zullen blijven stijgen als gevolg van de oorlogssituatie in het Midden-Oosten, wat ook gevolgen zal hebben voor bijvoorbeeld vakantievluchten en verpakkingen.
Daarnaast constateert het CBS dat Nederlanders meer geld uitgeven aan hun bestedingen in het buitenland, wat ook bijdraagt aan de stijging van de inflatie. Het gaat hierbij onder andere om uitgaven aan recreatie in het buitenland en brandstofkosten voor vakanties.
Het tanken over de grens is ook een factor die meespeelt in de stijging van de prijzen. Hoewel de brandstofprijzen in buurlanden lager liggen, zijn ook daar de prijzen gestegen. Dit draagt bij aan de algehele prijsstijging die Nederland ervaart.