Aziatische landen worstelen met beperkte olievoorraden door blokkade Straat van Hormuz

Gepubliceerd op 29/04/2026 09:00 in Economie

In Nederland stijgen de brandstofprijzen, maar in Azië heeft de blokkade van de Straat van Hormuz veel ernstigere gevolgen. Uit gegevens van databedrijf Kpler blijkt dat sommige Aziatische landen maar weinig strategische olievoorraden hebben om de crisis te doorstaan.

Vorige maand hebben landen aangesloten bij het Internationaal Energieagentschap een recordhoeveelheid olie vrijgegeven uit hun reserves om de prijzen te verlagen. Vooral in Azië wordt het fysieke tekort meteen gevoeld, aldus onderzoeker Lucia van Geuns van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS).

Japan gaat naar verwachting deze week opnieuw een deel van zijn reserves vrijgeven, maar veel andere Aziatische landen hebben niet dezelfde mogelijkheid. Het verschil in olievoorraden is aanzienlijk.

Het IEA adviseerde landen om een reserve van drie maanden aan te houden. Japan heeft aanzienlijk grotere reserves vanwege zijn kwetsbaarheid als een land zonder eigen olie- en gasbronnen. Japan streeft ernaar minder afhankelijk te worden van het Midden-Oosten door over te schakelen op andere energiebronnen.

In tegenstelling tot Japan kiezen andere Aziatische landen zoals Pakistan, Sri Lanka en Indonesië voor noodmaatregelen vanwege financiële beperkingen. Deze maatregelen variëren van het verlagen van de maximumsnelheid op snelwegen tot het rantsoeneren van brandstof.

De afhankelijkheid van de Straat van Hormuz speelt een belangrijke rol bij de crisis in Azië. Een groot deel van de ruwe olie en olieproducten die normaal gesproken door de zeestraat worden verscheept, gaat naar Azië. De blokkade heeft verstrekkende gevolgen voor de regio.

Terwijl de crisis in Azië voortduurt, ervaren Nederlandse burgers voornamelijk de gevolgen van stijgende brandstofprijzen. Nederland is echter minder afhankelijk van olieproducten die door de Straat van Hormuz worden vervoerd.

Lees meer nieuws in economie