Geen vrije doorgang in Straat van Hormuz ondanks staakt-het-vuren
Gepubliceerd op 09/04/2026 22:00 in Economie
Op dag twee van het staakt-het-vuren is duidelijk dat de Straat van Hormuz nog steeds grotendeels gesloten is, ondanks de eis van de Amerikaanse president Trump om deze open te houden. Slechts een handjevol vaartuigen passeerde de zeestraat bij Iran, voornamelijk naar Iran zelf, India en Maleisië. Ongeveer 820 commerciële schepen zitten nog steeds vast in de Perzische Golf.
Rederij Hapag-Lloyd heeft zes schepen met 150 bemanningsleden en 40.000 containers die vastzitten, met een kostenpost van 60 miljoen dollar per week. Hoewel er aanvankelijk optimisme was over een mogelijke oplossing, is dit optimisme verdwenen door tegenstrijdige berichten en onduidelijkheid over de veiligheid van de doortocht door de Straat van Hormuz.
Iran eist nu een vergoeding van 1 dollar per vat ruwe olie van elke tanker die de zeestraat wil passeren, betaalbaar in Chinese yen of cryptomunten. Dit wordt door internationale instanties gezien als in strijd met het recht op vrije doorgang op zee. Daarnaast wordt tolheffing in de Straat van Hormuz als praktisch onhaalbaar en politiek onrealistisch beschouwd.
De Verenigde Arabische Emiraten uiten verontwaardiging over deze deal, waarbij wordt gesteld dat het eerder dwang dan vrijheid van scheepvaart is. Hapag-Lloyd heeft nog geen officiële bevestiging ontvangen over de tolheffing. De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders meldt dat het lijkt alsof Iran de zeestraat opnieuw heeft gesloten.
Het is nog onduidelijk of Hapag-Lloyd zal betalen als Iran daadwerkelijk tol gaat heffen. De rederij benadrukt dat dit juridisch niet houdbaar zou zijn en verstrekkende gevolgen zou hebben voor de scheepvaartindustrie, klanten en consumenten.