Investeerders vertrekken bij Vesteda: duizenden huurwoningen moeten worden verkocht
Gepubliceerd op 03/04/2026 07:00 in Economie
Vesteda, de grootste commerciële woningbelegger en -verhuurder van Nederland, ziet investeerders vertrekken. Het lijkt daardoor onvermijdelijk dat het bedrijf duizenden huurwoningen moet verkopen.
Vesteda werd in 1998 opgericht als afsplitsing van ambtenarenpensioenfonds ABP. Inmiddels verhuurt Vesteda ruim 28.000 woningen, vaak in het middensegment. Die woningen staan vooral in de Randstad of in grotere steden daarbuiten. Daarvoor gebruikt Vesteda geld van pensioenfondsen en verzekeraars. Eind 2024 had Vesteda in totaal bijna 10 miljard euro belegd in huurwoningen.
Eens in de zeven jaar kunnen investeerders in Vesteda hun investering terughalen met een zogeheten redemptieverzoek. Die zeven jaar zijn nu verstreken. Opvallend genoeg blijken vrijwel alle investeerders hun financiële belang in Vesteda geheel of gedeeltelijk te willen afbouwen, bevestigt Vesteda. In totaal gaat het om 4,1 miljard euro.
Vesteda wist wel dat er aankondigingen zouden komen van vertrekkende investeerders, zegt de directeur. "Maar dit bedrag was wel even schrikken." 4,1 miljard euro is ruim de helft van Vesteda's eigen vermogen. Ook als slechts een deel van dat geld moet worden terugbetaald, is het verkopen van woningen onvermijdelijk, zeggen de experts en Vesteda zelf.
Vesteda zou zelf woningen kunnen verkopen. Dat kost tijd, omdat dan eerst de huurder moet vertrekken. Daarom denkt hoogleraar Kok dat uiteindelijk mogelijk een buitenlandse investeerder de woningen deels of allemaal opkoopt. Volgens de Woonbond is dat niet wenselijk.
Investeerders hebben tot 20 april om het opgeëiste bedrag naar beneden bij te stellen. Van Staaij van ABN Amro verwacht dat de investeerders dat zullen doen omdat ze niet willen dat Vesteda in financiële problemen komt. Toch verwacht hoogleraar Kok dat de investeerders niet te veel water bij de wijn zullen doen. Het pensioenfonds ABP bevestigt dat het 1,4 miljard wil terughalen, maar zegt dat bedrag te matigen als andere investeerders dat ook doen.
Contact is ook met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en het ministerie van Financiën. Minister Boekholt-O'Sullivan zegt dat ze de situatie in de gaten houdt. Vesteda-directeur Schlüter roept de politiek op tot "saai, zeker en voorspelbaar" woningmarktbeleid.