Uitstel voor mogelijkheid tot opnemen 'bedrag ineens' uit pensioenpot
Gepubliceerd op 30/03/2026 17:00 in Economie
Het kabinet heeft besloten om de invoering van de mogelijkheid om in één keer een bedrag uit de pensioenpot op te nemen, genaamd het 'bedrag ineens', uit te stellen tot 2029. Uit de voorjaarsnota blijkt dat dit pas later dan gepland zal ingaan.
Met het 'bedrag ineens' zouden gepensioneerden de mogelijkheid krijgen om 10 procent van hun totale pensioenpot in één keer op te nemen. Dit betekent dat iemand met bijvoorbeeld 250.000 euro aan pensioenopbouw, in één keer 25.000 euro zou kunnen opnemen bij het begin van zijn of haar pensioendatum.
Het idee achter deze regeling is dat dit bedrag gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld de aanschaf van een camper, bootje of het bekostigen van de studie van een kleinkind. In ruil hiervoor zou de maandelijkse pensioenuitkering wel iets lager uitvallen.
Het wetsvoorstel voor deze regeling ligt al ruim een jaar bij de Eerste Kamer. De ingangsdatum was al verplaatst naar juli 2026, maar nu is besloten om dit nog verder uit te stellen. De reden hiervoor is dat er meer duidelijkheid nodig is over de fiscale gevolgen van deze regeling.
Budgetvoorlichter Nibud heeft gewaarschuwd dat mensen zich niet te rijk moeten rekenen met een grote som geld. Door de eenmalige verhoging van het inkomen, bestaat het risico dat men het recht op zorg- of huurtoeslag geheel of gedeeltelijk verliest.
Pensioenfondsen hebben er ook op aangedrongen om de regeling uit te stellen. De Pensioenfederatie, de koepelorganisatie van pensioenfondsen, vreesde dat het 'bedrag ineens' een te grote extra last zou vormen voor de pensioenfondsen.
Veel fondsen zijn nog bezig met de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, wat een uitdaging betekent voor hun administratie. Bij deze pensioentransitie wordt de collectieve pensioenpot opgedeeld in individuele potjes en zal de hoogte van de maandelijkse uitkering meer gaan meebewegen met de economische groei.