Stijgende brandstofprijzen door conflict Midden-Oosten zorgen voor discussie over verlaging accijns
Gepubliceerd op 23/03/2026 18:00 in Economie
De brandstofprijzen blijven stijgen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten. Voor de vierde week op rij kost een liter benzine nu 2,57 euro, bijna 30 cent meer dan voor de recente aanvallen op Iran.
Verschillende Europese landen, waaronder Spanje, Italië en Noord-Macedonië, hebben in reactie op de prijsstijgingen de btw en accijns op brandstoffen verlaagd. In Nederland is dat nog niet gebeurd, ondanks oproepen vanuit de Tweede Kamer.
De hoogte van de accijns speelt een belangrijke rol bij de bepaling van de brandstofprijzen. Eerder heeft de Nederlandse overheid de accijns al verlaagd om de brandstof betaalbaar te houden, bijvoorbeeld in 2022 na de Russische inval in Oekraïne. Momenteel is er nog steeds een accijnskorting, zij het iets minder ruim dan voorheen.
Het verlagen van de accijns op brandstof is nu opnieuw onderwerp van discussie in Nederland. Voorstanders benadrukken dat dit snel merkbaar is in de portemonnee en vooral gunstig is voor mensen die veel kilometers rijden. Tegenstanders wijzen erop dat vooral hogere inkomens profiteren en dat het kostbaar is voor de overheid.
Onderzoekers pleiten voor gerichte steunmaatregelen voor huishoudens met lage inkomens die acuut in de problemen komen door de hoge brandstofprijzen. Alternatieven, zoals subsidies voor elektrisch deelvervoer, kunnen op de lange termijn effectiever zijn dan het verlagen van de accijns. Experimenten in landen als Frankrijk laten zien dat dergelijke maatregelen mensen weerbaarder maken en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen.