Gerechtshof Amsterdam: Uber-chauffeur is ondernemer, niet werknemer
Gepubliceerd op 27/01/2026 13:00 in Economie
Het gerechtshof Amsterdam heeft besloten dat de vraag of een Uber-chauffeur een ondernemer of een werknemer is, afhankelijk is van de individuele omstandigheden van die chauffeur. In een langlopende zaak heeft het hof bepaald dat niet voor alle chauffeurs kan worden vastgesteld dat ze werknemers zijn.
Vakbond FNV heeft de rechtszaak die zij in 2020 tegen Uber aanspande verloren. De bond betoogde dat Uber-chauffeurs werknemers zijn en dat Uber hen volgens de taxi-cao zou moeten betalen. Het gerechtshof heeft echter geoordeeld dat zes chauffeurs die deelnamen aan de zaak zelfstandige ondernemers zijn. Dit is onder andere gebaseerd op de investeringen die zij deden in hun auto en op het feit dat zij zelf kunnen bepalen wanneer ze werken en welke ritten ze accepteren.
Maurits Schönfeld, directeur Noord-Europa bij Uber, noemt de uitspraak een overwinning voor de chauffeurs en een bevestiging van hun ondernemerschap. Hij benadrukt dat het gerechtshof duidelijk heeft gemaakt dat alle chauffeurs individueel beoordeeld moeten worden en dat zij niet over één kam geschoren mogen worden, zoals de FNV heeft geprobeerd.
De FNV is teleurgesteld over de uitspraak en laat weten dat het gerechtshof niet uitsluit dat er wel gevallen zijn waarin sprake kan zijn van werknemerschap, maar dat dit per individu moet worden vastgesteld. In 2021 kreeg de FNV gelijk van de rechtbank, maar Uber ging tegen deze uitspraak in beroep. De hogere rechter heeft nu de beslissing van Uber gesteund.
De FNV overweegt nog of zij verder willen gaan met deze rechtszaak. De zaak kan nog voorgelegd worden aan de Hoge Raad, de hoogste rechterlijke instantie in Nederland. Ook bekijkt de FNV de mogelijkheid om individuele chauffeurs aan te moedigen om zelf rechtszaken te starten.