Landen aan de Noordzee gaan samenwerken om energie-infrastructuur te beschermen
Gepubliceerd op 27/01/2026 02:00 in Economie
Tien regeringsleiders hebben op de derde Noordzeeconferentie in Hamburg afgesproken om gezamenlijk militaire oefeningen te houden en samen te werken met de NAVO om de energie-infrastructuur aan de Noordzee beter te beschermen. Dit omvat onder andere de bescherming van elektriciteitskabels, transformatorplatforms, aardgasleidingen en internetverbindingen.
Er zijn de afgelopen jaren steeds meer verdachte Russische schepen gespot op de Noordzee die de energie-infrastructuur in kaart brengen. Daarnaast zijn er al gevallen geweest van saboterende activiteiten, zoals het opblazen van de Nord Stream 2-gaspijpleiding ter hoogte van het Deense eiland Bornholm, waar Rusland van verdacht wordt.
Om de kabels en leidingen beter te beschermen, hebben Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Belgiƫ, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, IJsland, Luxemburg en de Europese Commissie besloten tot samenwerking.
Europa streeft ernaar om onafhankelijker te worden van andere landen voor de energievoorziening en wil daarom versneld windparken bouwen op de Noordzee. Ook willen de landen meer samenwerken bij de aanleg van elektriciteitskabels en transformatorplatforms om onafhankelijkheid te garanderen.
Er zijn ook afspraken gemaakt over gezamenlijke financiering van de aanleg van kabels en platforms. Nederland investeert de komende jaren aanzienlijke bedragen, maar doordat een groot deel van de opgewekte elektriciteit in Duitsland terechtkomt, wordt ook van hen een financiƫle bijdrage verwacht.
De Noordzeelanden worden steeds meer afhankelijk van de Noordzee als energiebron en zijn zich bewust van de dreiging die uitgaat van Rusland. Daarom zal de infrastructuur door onder meer marines van de verschillende landen beter beschermd worden, onder andere door gezamenlijke oefeningen en samenwerking met de NAVO om het risico op sabotage te verminderen.