Politieke druk bij benoeming van omstreden ambassadeur in de VS

Gepubliceerd op 21/04/2026 16:00 in Buitenland

Een voormalige topambtenaar in Groot-Brittannië heeft aangegeven dat hij politieke druk voelde vanuit het kantoor van premier Starmer om de benoeming van Peter Mandelson als ambassadeur in de Verenigde Staten door te zetten, ondanks bezwaren tegen zijn benoeming.

Mandelson slaagde niet voor het antecedentenonderzoek dat in januari 2025 werd uitgevoerd, wat vereist is voor belangrijke en politiek gevoelige posities. Hij werd later in februari gearresteerd vanwege het lekken van geheimen, wat als een ambtsmisdrijf wordt beschouwd.

Eerder was Mandelson in september vorig jaar al ontslagen als ambassadeur vanwege nieuwe details over zijn banden met zedendelinquent Jeffrey Epstein. Uit vrijgegeven documenten bleek dat Mandelson tienduizenden euro's van Epstein had ontvangen en vertrouwelijke financiële plannen had gedeeld.

Voormalig topambtenaar Olly Robbins getuigde dat de veiligheidsbezwaren tegen Mandelson niet gerelateerd waren aan zijn relatie met Epstein. Desondanks werd Mandelson beschouwd als een "grensgeval" door de veiligheidsdienst, die neigde naar het afraden van een security clearance.

Er was volgens Robbins politieke druk vanuit het kantoor van premier Starmer om Mandelson snel naar de VS te sturen. Starmer zelf beweert dat hij niet op de hoogte was van Mandelsons falen in de veiligheidscheck en geeft de schuld aan het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Starmer heeft toegegeven dat hij een verkeerde inschatting heeft gemaakt door Mandelson te benoemen en dat hij de benoeming zou hebben ingetrokken als hij op de hoogte was geweest van het falen in de veiligheidsscreening. De oppositie noemt de hele zaak een "catastrofale inschattingsfout".

Hoewel er roep is vanuit de oppositie voor het aftreden van Starmer, heeft hij nog steeds de steun van een meerderheid in het Lagerhuis.

Lees meer nieuws in buitenland