Traditionele paasvuren onder druk door strengere regelgeving
Gepubliceerd op 27/03/2026 12:00 in Binnenland
Naar jaarlijkse traditie worden op eerste paasdag weer honderden paasvuren ontstoken, voornamelijk in het oosten van het land. Echter, door strengere regelgeving staat deze eeuwenoude traditie onder druk. Organisaties zetten alles op alles om toch te kunnen genieten van het paasvuur.
De meeste paasvuren vinden plaats in Overijssel, Groningen, Drenthe en Gelderland. Dit jaar zijn er echter iets minder paasvuren dan gebruikelijk, zo blijkt uit een inventarisatie van regionale omroepen en de NOS.
In het Gelderse Huissen is na bijna honderd jaar definitief besloten om het paasvuur te doven. Jan Wannet, bestuurslid van de organisatie, noemt dit een moeilijke maar onvermijdelijke beslissing vanwege de toenemende regeldruk en kosten.
Sinds de invoering van de Omgevingswet in 2024 gelden striktere regels voor paasvuren. Organisatoren moeten aan veel meer voorwaarden voldoen en langs verschillende instanties gaan om een vergunning te verkrijgen. Dit brengt extra kosten met zich mee, zoals voor verkeersregelaars, EHBO- en brandweerpersoneel.
Paasvuren zijn traditionele vreugdevuren waarbij stapels bomen, pallets en takken in brand worden gestoken. De oorsprong van deze traditie ligt mogelijk bij de Germanen, die vuren ontstaken om de godin van de lente gunstig te stemmen.
Diverse organisaties hebben te maken met de toegenomen bureaucratie bij het organiseren van paasvuren. Het aanvragen van vergunningen kost veel tijd en geld, en de regels omtrent bijvoorbeeld de hoeveelheid hout zijn strenger geworden.
De provincies Drenthe en Gelderland erkennen de toenemende druk op de traditionele paasvuren en proberen organisatoren tegemoet te komen. Bestaande paasvuren die al jaren op dezelfde plek plaatsvinden hebben voorlopig geen extra vergunning of stikstofberekening nodig, om zo de traditie levend te houden.