Onderzoek: bijna 26.500 mensen jaarlijks op spoedeisende hulp door roken, vapen en snus
Gepubliceerd op 04/02/2026 12:00 in Binnenland
Uit een recent onderzoek op bijna alle spoedeisende hulpen in Nederland blijkt dat bijna 26.500 mensen per jaar spoedeisende hulp nodig hebben door de gevolgen van roken, vapen en snus. Dit aantal kan zelfs nog hoger liggen, aangezien in het onderzoek alleen medisch stabiele patiënten zijn meegenomen.
Het doel van de VAP-ED-flashmobstudie was om in kaart te brengen hoeveel patiënten op de spoedeisende hulp terechtkomen met acute medische klachten als gevolg van het gebruik van nicotineproducten. Op één dag werden patiënten van 12 jaar of ouder gevraagd om een korte vragenlijst over hun nicotinegebruik in te vullen.
In totaal werden 2061 vragenlijsten ingevuld, bijna de helft van het totale aantal patiënten dat die dag naar de spoedeisende hulpen ging. Deze cijfers zijn vervolgens doorberekend naar het jaarlijkse aantal patiënten dat op de spoedeisende hulp belandt met nicotinegerelateerde klachten.
Uit het onderzoek bleek dat 21 procent van de patiënten op de spoedeisende hulp een nicotineproduct gebruikte. Het merendeel daarvan rookte sigaretten (86%), gevolgd door vapes (10%) en sigaren (9%). Ook werd vastgesteld dat 5% van de patiënten shag of snus gebruikte.
Nicole Kraaijvanger, arts op de spoedeisende hulp van het Leids Universitair Medisch Centrum en initiatiefnemer van het onderzoek, benadrukt dat een derde van de patiënten met longklachten nicotinegebruikers zijn. Ze noemt het verontrustend dat 17% van de onderzochte kinderen (12- tot 18-jarigen) een nicotineproduct gebruikte.
Kraaijvanger wijst erop dat veel jongeren beginnen met vapen en later switchen naar andere tabaksproducten. Ze stelt dat de tabaksindustrie hier medeverantwoordelijk voor is en pleit voor preventieve maatregelen, zoals het creëren van een nicotinevrije generatie en het reguleren van de illegale verkoop van vapes met smaakjes.
Met deze bevindingen willen de onderzoekers beleidsmakers aansporen om meer in te zetten op preventie en de schadelijke gevolgen van nicotinegebruik aan te pakken.