Asielzoekers met vermogen uit dwangsommen moeten bijdragen aan eigen opvang
Gepubliceerd op 14/01/2026 15:00 in Binnenland
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat asielzoekers die een vermogen hebben opgebouwd uit dwangsommen die de minister van Asiel en Migratie aan hen heeft betaald, kunnen worden verplicht bij te dragen aan hun eigen opvang. Dit besluit is genomen in vier zaken waarin het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) een eigen bijdrage heeft vastgesteld voor asielzoekers die boven de vermogensgrens van 8000 euro voor alleenstaanden en 16.000 euro voor meerpersoonshuishoudens zitten.
Asielzoekers kunnen de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in gebreke stellen als zij niet binnen de wettelijke termijn beslissen over de asielaanvraag. In 2024 is de IND bijna 30.000 keer in gebreke gesteld en moest 36,8 miljoen euro aan dwangsommen betalen. Dit heeft geleid tot lange wachttijden en financiƫle prikkels voor de minister om sneller te beslissen.
Het COA en de Afdeling bestuursrechtspraak zijn het eens dat de dwangsommen die aan asielzoekers zijn betaald, kunnen worden meegenomen in de berekening van het vermogen boven de vastgestelde grens. Als het vermogen hierboven ligt, mag het COA een eigen bijdrage vragen aan de asielzoeker voor de kosten van de opvang.
De beslissing van de RvS is gebaseerd op Europese Opvangrichtlijnen waarin staat dat EU-lidstaten een eigen bijdrage mogen vragen van asielzoekers voor opvangvoorzieningen en gezondheidszorg, mits zij over voldoende eigen middelen beschikken. Het COA zal bepalen hoe deze bijdrage wordt berekend.
Dit oordeel heeft gevolgen voor asielzoekers die dwangsommen hebben ontvangen en een vermogen hebben opgebouwd. Zij zullen nu moeten bijdragen aan hun eigen opvang, zoals bepaald door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.